Nekya logo logo avn

Maatschappij en Psychologie

Inleiding

De psyche en het mechanisme waaraan zij onderhevig is, liggen ten grondslag aan alle verschijnselen waarbij mensen betrokken zijn, zoals economie, ecologie, politiek en wetenschap. Het is jammer dat het belang hiervan in onze maatschappij niet wordt onderkend, en dat de daaruit voortkomende inzichten niet massaal op scholen worden onderwezen. Daardoor worden veel maatschappelijke problemen, zoals bijvoorbeeld de huidige credietcrisis, niet oorzakelijk begrepen dus alleen oppervlakkig benaderd. Vanuit dieptepsychologisch oogpunt wordt alom getracht gevolgen te bestrijden in plaats van door te dringen tot de psychische oorzaken. Dat komt natuurlijk ook omdat de wetenschappelijke psychologie gereduceerd is tot een gedragswetenschap, omdat alleen het meetbare hier onderwerp van onderzoek kan zijn. Het onmeetbare blijft dan onbelicht, terwijl juist hier de kern van de oorzaak zit, die helaas alleen op irrationeel niveau “begrepen” kan worden.  Toch meen ik dat de actuele economische situatie ons noopt ook deze kant eens te belichten.

Het ecologische probleem

Zo’n irrationeel en onmeetbaar inzicht is bijvoorbeeld dat als wij een slechte relatie hebben met de natuur in ons, dat tot uiting kan komen in een slechte relatie met de natuur buiten ons. Hier speelt zowel projectie een rol, als een verschijnsel dat door C.G.Jung synchroniciteit wordt genoemd. Dat begrip toont ons dat er een relatie is tussen binnen en buiten. Wie in overeenstemming leeft met de innerlijke stem is zozeer met de innerlijke natuur verbonden, dat men zich ook deel voelt van de uiterlijke natuur. Dan is er respect en dankbaarheid en wordt de aarde ervaren als een voedende moeder, die ons voortbrengt, onderhoudt en waarnaar wij uiteindelijk weer terug keren. Door de innerlijke bevrediging die dat biedt verdwijnt de leegte en is er dus minder behoefte aan materiële bevrediging en uiterlijke perfectionering.

Toch betekent dat niet dat dit collectieve probleem door het individu helemaal kan worden opgelost. Het individu kan veel doen, door een voorbeeld te geven, te laten zien hoe het anders kan en met diens enthousiasme daarover anderen te inspireren.  Niet door met een moraliserend vingertje op onze gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de aarde te wijzen. Want zulke zaken moeten van binnenuit ervaren worden en niet door een stelsel van waarden en normen van buitenaf worden afgedwongen. Toch, ook dan, voelt het als modderen in de marge. Want de invloed van de krachten uit het collectief dienen niet te worden onderschat.

Het hele pakket aan normen, waarden en overige opvattingen dat Jung het collectief bewustzijn heeft genoemd is er altijd en overal. Dit wordt bijvoorbeeld uitgedragen in reclameboodschappen. Altijd wordt hier geappelleerd op genot- en gemakzucht met alle verspilling van dien die daar het gevolg is. Zelfs als gezondheid centraal wordt gesteld wordt de consument een middel aangeprezen dat zo makkelijk mogelijk is in het gebruik. Daarbij wordt een norm uitgedragen die erop neer komt dat je niet goed wijs bent als je ergens fysiek moeite voor doet. Bijna alles is geautomatiseerd en zo is er haast niets meer over waarbij we onze fysieke energie nog kunnen gebruiken. Daarvoor in de plaats drukken we op een knopje en het gaat van zelf. Althans dat denken we, maar in feite wordt de energie van de aarde gebruikt in plaats van dat de eigen lichamelijke vermogens worden aangesproken. Dat brengt beide uit balans. De aarde raakt uitgeput en toont verontrustende klimaatveranderingen en de mens lijdt aan een schijnbaar onafwendbare groei van zwaarlijvigheid en andere welvaartsziekten die men dan vervolgens door afmatting in de sportschool of elders weer het hoofd tracht te bieden. Welk een absurdisme! Omdat we niets meer met onze eigen energie hoeven te doen moet die vervolgens kunstmatig afgevoerd worden, omdat  er anders fysieke problemen ontstaan. Dat komt omdat het zo onnatuurlijk is je eigen energie niet te gebruiken, maar het is economisch natuurlijk wel een stuk lucratiever.

Om al die luxe en voorzieningen te kunnen bekostigen moet er wel heel hard gewerkt worden, (uiteraard zoveel mogelijk zonder fysieke inspanning), zodat aandacht schenken aan wezenlijker zaken er helemaal bij inschiet. Bovendien worden de bezigheden per persoon steeds eenzijdiger. Huishoudelijk werk is voor zover het niet geautomatiseerd kan worden uitbesteed, het snelle voedsel uit de supermarkt staat via de magnetron in een paar minuten op tafel en de kinderen gaan naar de naschoolse opvang, want daar hebben we al helemaal geen tijd meer voor. Het resultaat is een snel om zich heen grijpende psychische problematiek in de vorm van slapeloosheid, burn-outs en depressies  wat overigens weer de nodige inkomsten garandeert voor de farmaceutische en cosmetische industrie die daar dus niet mee zullen zitten. En dan heb ik het nog niet gehad over een onhandelbare jeugd die de meest vreemde gedragsstoornissen vertoont. Alleen die bevoorrechte enkeling die in het werk bezieling en begeestering beleeft blijft van zulke problemen gevrijwaard, voor de rest is het tobben om in de draaikolk van de maatschappelijke consumeerdrift niet definitief kopje onder te gaan.

Het esthetische probleem

Het grootste gevaar voor de enkeling die moeizaam tegen de maatschappelijke stroom tracht in te roeien wordt gevormd door het collectieve normen- en waardenpakket dat sluipenderwijs de onbewuste dus zwakkere mens infecteert. Het gaat dan niet alleen meer om wat je hoort te kopen en te doen, maar ook om hoe je er uit hoort te ziet en wat je mooi hoort te vinden, want nergens kan zo goud geld verdiend worden als in de cosmetische industrie. De Mens is niet langer vrij om eigen keuzes te maken, want je wordt erop aangekeken en veroordeeld als je een afwijking van de norm vertoont, en die norm zelf wordt als vrijheid verkocht. Er is bijzonder veel moed en innerlijke kracht voor nodig, vooral als vrouw, om dit te doorzien en stand te houden in een individuele strijd tegen zo’n machtig collectief. Je moet het verdragen om veroordeeld te worden en meewarig te worden bejegend. Dat is alleen vol te houden voor iemand met veel zelfvertrouwen van binnenuit, de rest wordt speelbal van het collectief en past zich aan aan de heersende opvattingen.

Die collectieve norm wordt grotendeels door de media gevormd. Maar onafhankelijke media bestaan al lang niet meer, daar zij zonder de inkomsten van de adverteerders uit de machtige industrieën niet meer kunnen overleven. Waar het materiële gewin de scepter zwaait worden op die manier almaar nieuwe normen op manipulatieve wijze in het collectief geprent.

Het enorme belang van het nastreven van perfectie in uiterlijke schoonheid bij vrouwen is daar een van de meest opvallende en schrijnendste voorbeelden van in deze tijd, getuige de weerzinwekkende strijd tegen het natuurlijke verouderingsproces en haar gevolgen door de cosmetische en medische industrie. Via de invloed van het collectief  wordt het een individueel probleem voor elke vrouw met een nog niet voldoende ontwikkeld bewustzijn, dat zijn dus bovenal de jongere en onzekere vrouwen. Zo’n vrouw die zich nog niet heeft laten verbouwen gaat steeds zwaarder gebukt onder de collectieve opvattingen totdat ook zij door de knieën gaat.

In de indrukwekkende maar ook huiveringwekkende documentaire “Beperkt houdbaar” van Sunnie Bergman (die dit jaar door de VPRO werd uitgezonden) komt naar voren dat er in Nederland per jaar 2.3 miljard(!) euro uitgegeven wordt aan cosmetica; dat is niet alleen een geweldige aanslag op het milieu, maar ook een onvoorstelbare verspilling als je hoort hoeveel vrouwen er bekennen dat het niets helpt zonder dat ze ermee kunnen stoppen. Wat zoeken zij er dan in? Dat is niet anders dan het in stand houden van de illusie dat veroudering is tegen te houden met smeersels, dat schoonheid en geluk te koop zijn. Daar hebben ze dus heel wat voor over. Hoe is dat mogelijk?

De kern van het probleem is psychologisch en mijns inziens alleen vanuit die invalshoek goed benaderbaar en te bevatten. De eenzijdige westerse geest streeft naar perfectie in plaats van naar volledigheid. Dat heeft te maken met het onvermogen van de westerse mens om met problemen en negatieve emoties om te gaan, wat leidt tot de krampachti- ge angst voor afwijkingen, fouten, ziekte en tegenslag en tot een bij voorbaat mislukte jacht op maakbaar geluk. Die behelst in wezen de illusie van vrijheid, greep en autonomie, waardoor je door het tegendeel wordt ingehaald, want zulke negatieve aspecten horen gewoon bij het leven. Niemand komt er dan ook onderuit zijn of haar portie ervan te ondergaan, al reageert de westerse mens er nog zo verontwaardigd op. Dat is in wezen het gevolg van het hier heersende gebrek aan evenwicht tussen mannelijke en vrouwelijke waarden, tussen strijd en overgave, en nog dieper beschouwd: tussen goed en kwaad. Een disbalans die veroorzaakt wordt door het verwaarloosde vrouwelijke aspect van het menszijn dat te maken heeft met overgave en acceptatie, net zoals het vrouwelijke lichaam is gebouwd op ontvangen. En elke psyche heeft beide componenten, omgeacht het fysieke geslacht, het is dus echt niet alleen voor de vrouwelijke geest weggelegd.

Op holistisch niveau is er een verband aantoonbaar tussen vrouwelijkheid en materie, het is dan ook geen toeval dat we spreken van “moeder aarde”. Onder dat aspect valt niet alleen de aarde zelf en dus de hele milieuproblematiek, maar natuurlijk tevens geld, het lichaam en het uiterlijk. En precies daar liggen de meest urgente problemen van onze tijd en dat is dus geen wonder als je zulke verbanden beziet vanuit een spirituele visie die  licht werpt op de achterliggende samenhang en in wezen éénheid van deze thema’s.

Uit veel psychologisch onderzoek komt naar voren dat elk verwaarloosd aspect van de menselijke geest via het achterdeurtje van het onbewuste zijn tol eist, helaas op een heel wat lastiger manier dan wanneer je de voordeur had opengezet. De confronterende uitwassen die daarvan het gevolg zijn verwijzen naar de noodzaak tot verandering en nodigen op die manier de hele mensheid uit om verder te groeien naar meer evenwicht, om heler te worden, meer mens. Dat heet natuurlijk bewustzijnsontwikkeling, maar het leidt ook tot een steviger verankering in ons diepste wezen, waardoor een gezonde weerstand ontstaat tegen collectieve beïnvloeding. Veel aanwijzingen in het leven zijn als duwtjes in de rug op die weg. Althans, ze krijgen die waarde als ze door het individu als zodanig worden herkend en geïnterpreteerd.

In de jungiaanse psychologie wordt verondersteld dat als wij meegaan in het natuurlijke ritme van die ontwikkeling, we duidelijk kunnen ervaren dat we gedurende de eerste levenshelft gericht zijn op opbouwen en vorm geven naar buiten toe, een studie, een baan, een gezin, een sociaal leven etc. Totdat we rond een jaar of veertig de klop op de deur horen van de innerlijke stem die ons waarschuwt dat het tijd wordt voor introspectie. Dat kan goedschiks of kwaadschiks gaan afhankelijk van de houding van het bewustzijn. Sommige mensen merken bijvoorbeeld dat ze steeds minder drang voelen om uit te gaan en mensen op te zoeken, maar dat de natuur trekt met diens stilte. Meer aandacht voor het innerlijk is ook meer aandacht voor het onbewuste waarna maatschappelijke en andere uiterlijke zaken vanzelf naar de achtergrond verdwijnen.

In de eerste helft van het leven zien we dus een beweging voorwaarts, en in de tweede helft achterwaarts. Wat dat betreft is het leven net een grote golfslag die eerst over het strand spoelt (de materie!) om zich daarna weer terug te trekken in de zee waar hij vandaan kwam. Het is een golfbeweging die alom valt waar te nemen, opbouw en verval. Zelfs de seizoenen doen eraan mee want dit ritme hoort bij de wetmatigheden waaraan alles onderhevig is, ook de mens.

Als de buitenkant niet interessant meer is, komt er vanzelf meer ruimte en aandacht voor de binnenkant. En dat is tegelijkertijd ook weer een zinvolle voorbereiding op de vroeg of laat onvermijdelijke dood. Daarmee volgen we de ritmische golfbeweging van onze innerlijke natuur. En dat werkt bijzonder heilzaam en rustgevend.

Maar als wij rond de veertig jaar nog steeds in beslag worden genomen door de drang naar maakbaarheid en perfectie, merken we niet dat er innerlijk een andere behoefte groeit. Dan worden de subjectieve signalen van de ziel niet begrepen en is het lastig om te zien dat het teloorgaan van de uiterlijke schoonheid eigenlijk bijzonder zinvol is voor onze bewustwording en ontwikkeling. Want de verschrompeling van de uiterlijke schoonheid helpt het belang van die buitenkant te leren relativeren en daarmee plaats te maken voor de ontwikkeling van innerlijke schoonheid, dat is de wezenlijke opdracht waar het om gaat bij de zogenaamde midlifecrisis. Dat is voor beide seksen een taaie opdracht.

Voor mannen is het lastig, omdat zij vaak bang zijn voor wat ze niet beheersen, wat menigeen parten speelt die in deze fase van het leven vlucht in een tweede huwelijk met een jongere vrouw. En voor vrouwen is het moeilijk omdat zij steeds vaker uitsluitend beoordeeld worden op dat wat zij nu aan het verliezen zijn. Als een vrouw zich dan heeft geïdentificeerd met die buitenkant, omdat er geen contact is met de binnenkant die het bewustzijn een alternatief houvast zou kunnen bieden, verliest zij haar identiteit, dus haar zelfvertrouwen bij het ouder worden. Dat maakt haar tot willoos slachtoffer en dankbare melkkoe van de farmaceutische industrie en de plastische chirurgie.

Om zulke psychische verschijnselen goed te doorgronden moeten we ons verder verdiepen in de relatie tussen lichaam en psyche, materie en geest.

In de spirituele psychologie wordt duidelijk gemaakt dat geest en materie op een bepaald niveau een zijn en daar dus elkaars invloed ondergaan. Het lichaam zal dan ook op elke geestelijke verandering reageren zoals ook de geest op alle fysieke verschijnselen reageert, er is een verband dat tot wederzijdse beïnvloeding leidt.

Dat is heel iets anders dan de causale blik van de westerse wetenschapper, voor wie het stofje dat ontbreekt in de hersenen van de depressieve medemens de te bestrijden oorzaak wordt van de depressie. Dat is een ongelooflijk simplistische benadering vanuit holistisch perspectief, waarin alle lichaamssignalen geduid en begrepen worden als equivalenten van het psychische proces. En daarin kunnen zij door de goede waarnemer herkend worden als belangrijke signalen die je maar beter niet de kop in kunt drukken, omdat dat vaak nog lastiger verschijnselen activeert, maar indirect, dus moeilijker te herkennen als consequenties van de eerdere keuze.

Wij moeten dus anders leren omgaan met ziekte van lichaam en geest, we moeten ze leren begrijpen in plaats van bestrijden. En we kunnen iets pas begrijpen als we het geaccepteerd hebben. Zonder pijn en lijden geen plezier en genot, zonder ziekte geen besef van gezondheid. Ons lichaam is deel van de natuur; IS natuur, dat is goed noch slecht, maar het klopt! Dat betekent dat we moeten leren omgaan met het negatieve, met onzekerheid, angst en lijden. En dan blijkt het allemaal trouwens reuze mee te vallen, dan blijkt de angst voor de angst het grootste dilemma geweest.

Dat moet je niet zo maar geloven, dat moet je ervaren, anders heeft het geen waarde. Dan zie je dat het een vaststaand gegeven is, maar onze eigen keus of we daar aandacht voor hebben of niet. Daarin ligt het niet te bepalen evenwicht tussen lot en vrije wil.

Zo kan in ziekte of pijn vaak een boodschap van het lichaam aan de geest gevonden worden, net als in een ongeluk. Veel mensen bereiken bijvoorbeeld een bepaalde wijsheid of maken opeens een enorme ontwikkeling door als gevolg van een ziekte of handicap, maar dat kan ook door een cosmetische afwijking. Zulke mensen doen iets goeds met iets ellendigs, zij buigen het lot om zonder de ellende te bestrijden. En dat blijken juist die mensen te zijn die het is gelukt om deze lastige kanten van het leven te accepteren in plaats van zich er tegen te keren, dus die ondergewaardeerde vrouwelijke benadering te gebruiken die de waarde van overgave belicht. Degene die volhardt in de mannelijke reactie blijft maar vechten en trachten er greep op te krijgen. Het resultaat is  meestal een almaar groeiende verbittering, angst, onzekerheid, uitputting en onmacht, wat doorgaans weer tot een toenemende hebzucht, stress en zwaarlijvigheid leidt. Er is een bepaalde mate van spirituele rijpheid voor nodig om zulke verbanden te doorzien en tegelijkertijd nodigen zulke signalen ons uit tot die spirituele ontwikkeling. En of dat een vicieuze cirkel is of een spiraal omhoog bepalen we helemaal zelf! Dat is het terrein van de vrije wil.

Uit bovenstaande mag absoluut niet de conclusie getrokken worden dat iedereen die leidt aan een van deze verschijnselen dat over zichzelf heeft afgeroepen als gevolg van een bepaalde instabiliteit. Dat zou veel te kort door de bocht zijn en bovendien tot te snelle oordelen leiden. Het feit dat deze verbanden er vaak zijn impliceert nog niet dat ze er altijd zijn! Zulke oordelen komen voort uit een eenzijdig mannelijke benadering die alles wil analyseren en in schema’s wil onderbrengen met de bekende rationele maar illusoire zekerheid als gevolg. In feite mogen we in zulke kwesties alleen over onszelf oordelen en nooit over anderen, daar dat altijd aanmatigend, dom en kortzichtig is.

Zo kunnen we ook de pijn en het lijden die het gevolg zijn van het verval door veroudering echt niet ontlopen, daar zij bij het leven horen als archetypische oerervaringen, maar we kunnen er wel iets positiefs mee doen als het onze tijd is. Voorwaarde daartoe is de acceptatie van de wetmatigheid van opbouw en verval, in dit geval van het lichaam.

Hier stuiten we dus op de harde realiteit van de grenzen van de maakbaarheid. Nee, we hebben niet alles in de hand en sterker nog, dat zouden we niet eens moeten willen want het is niet de bedoeling van het leven om zo met problemen om te gaan dus je hebt er helemaal niets aan. Het zou tot een destructieve menssoort leiden met overal opgeblazen ego’s, als gevolg van de innerlijke onmacht en leegte.

De mens moet door de ontwikkeling van vrouwelijke energie opnieuw de waarde van de overgave aan het leven en acceptatie van diens wetmatigheden ontdekken. De rijkdom en diepte van het innerlijk blijkt dan zoveel bevredigender dan die van het uiterlijk. Dan zien we de oude mens die blij is met diens hoge leeftijd als gevolg van de innerlijke kracht en wijsdom die ondertussen is opgebouwd en zoveel belevingen een diepere dimensie geeft. En het gekke is: die oude mens straalt toch een schoonheid uit! Oké, dat betreft een ander soort schoonheid dan in jonger jaren want het komt meer van binnenuit, maar toch zeker zo indrukwekkend! Er is dan ook een duidelijk verband tussen innerlijk evenwicht en uiterlijke schoonheid. Het is bekend dat degene die zichzelf mooi vindt door veel meer mensen aantrekkelijk wordt gevonden dan degene die zichzelf als lelijk ervaart, al zijn beide objectief gesproken even mooi. We zijn dus niet helemaal overgeleverd aan het collectief, het innerlijk kan wel degelijk onze beleving van het uiterlijk beïnvloeden. Aanzienlijk effectiever ook dan een operatie, omdat het probleem bij de kern is aangepakt, de geest in plaats van het lichaam.

 

Oplossingen

Mijns inziens kan zowel het ecologisch, als het esthetisch probleem, waarvan ik het verband hoop te hebben aangetoond, niet worden opgelost zonder de inzichten uit de dieptepsychologie, zoals die van Jung. Want alleen vanuit die invalshoek kan duidelijk worden hoe elk individu met een minder sterk ontwikkeld ego door de reclamebood- schappen van het collectief bewustzijn wordt gemanipuleerd en gekneed tot een hebzuchtig consument die verspilling en gemakzucht, samen met de illusie van beheersing en perfectie, tot norm heeft verheven, en daarmee ook weer anderen infecteert.

Het probleem is dat we zitten met een economisch systeem dat op een doorlopende groei is gebaseerd, dat is het gevolg van de keuze voor concurrentie. Dat is een bij uitstek mannelijke waarde die vechtlust en ambitie vereist. De dwangmatige eis tot groeien dwingt bedrijven de consument zoveel mogelijk behoeftes aan te praten, dus te manipuleren. Daarbij maakt men gebruik van zoveel mogelijk psychische zwakheden van de consument zonder dat we de deelname van zulke factoren in de gaten hebben. Althans, de consument ziet het niet, of verkiest de verdringing. De producent echter heeft menig onderzoek laten doen naar de psychologische maakbaarheid van de keuze van de klant, waaruit de onvoorstelbaar grote manipulatieve macht van reclame duidelijk naar voren komt. Vooral de onbewuste mens met weinig ik-kracht, blijkt hier de willoze speelbal.

Helaas is de dieptepsychologie die zulke mechanismen genadeloos blootlegt nogal impopulair. Dat komt op de eerste plaats omdat er holistisch denken voor nodig is om de verbanden te doorzien en de symboliek te herkennen. Maar het komt ook omdat deze invalshoek ons confronteert met schaduwkanten, met onze zwakte, gemakzucht en onverantwoordelijkheid en de onbewuste schuld- en schaamtegevoelens die er het gevolg van zijn. Dat we als gevolg van de onderdrukking van zulke emoties alleen maar geneigd zijn nog meer te gaan consumeren, is economisch uiterst heilzaam, doch ecologisch en psychologisch desastreus. Want het leidt tot een steeds neurotischer wordende mens die nauwelijks nog stand houdt in een samenleving die volledig uit evenwicht is en daarom bol staat van de neurosen en conflicten en bovendien door natuurrampen, economische crises en terrorisme wordt bedreigd.

Hoe kan in zo’n samenleving het evenwicht hervonden worden? Ik hoop in het voorgaande betoog te hebben aangetoond dat het in wezen gaat om het herontdekken  van de waarde van het wezen van vrouwelijkheid, zodat er een collectief evenwicht kan ontstaan tussen strijd en overgave. Heel concreet: als je ernstig ziek bent en je voelt angst en verdriet en dus zin om te huilen, dan moet je soms gewoon huilen in plaats van je onthande bezoek te ontzien door indruk te maken met je moed en vechtlust. En als je een depressie hebt dan kan het soms wonderlijk helpen je verdriet en angst gewoon te accepteren; onrust en slapeloosheid, kruip er eens in, waar gaat het over? Als datgene wat zich aandient aandacht krijgt gaat het soms wonderlijk snel beter, of er ontstaat een belangrijk inzicht. (Natuurlijk is er soms meer voor nodig omdat de problematiek te diep zit of te groot is, maar daar kan ik nu niet dieper op ingaan). Zo omgaan met lastige dingen biedt een heel ander perspectief en genereert op den duur een sterke basis en innerlijk evenwicht. Het wordt uiteindelijk een manier van leven die heil brengt, (en dat is iets anders dan geluk!).

Dan worden we steeds minder geconfronteerd met de grenzen van de materie, ons lichaam en de algehele maakbaarheid, want dat is dan niet meer nodig. De beperkte houdbaarheid van de materie kan dan van binnenuit worden begrepen als een tegenpool van de onbeperkte houdbaarheid van de geest. Het is echter maar de vraag of de mens deze verbanden op tijd zal doorzien. Wellicht is eerst nog veel meer  crisis nodig om de mens te bevrijden uit de macht van het geld.

Een enkeling kiest al voor versobering uit vrije wil. Het is de zonderlinge “consuminderaar” die doorgaans ietwat meewarig wordt bejegend of, wat moeilijker ligt, bestraffend op diens verantwoordelijkheid wordt gewezen. De economie moet immers groeien? Stel dat iedereen zich gedraagt als een zelfbewuste consument die lak heeft aan het collectief en in vrijheid voor versobering kiest?  Dan, zo wordt beweerd, zou het hele economische systeem als een kaartenhuisje in elkaar zakken.

Dit argument lijkt me echter niet langer steekhoudend, aangezien het systeem nu ook al bezig is zichzelf te ondermijnen, alleen in een ander en daardoor minder herkenbaar tempo, maar sinds de huidige credietcrisis alweer een stuk manifester.

Dat betekent dat we nu nog iets kunnen doen, straks is het misschien te laat. De zieke aarde en de zieke economie zijn een afspiegeling van hetzelfde proces. Het is belangrijk dat wij dat verband zien, om zo de huidige economische problemen aan te wenden voor niet alleen een vergroening, maar ook een versobering van de economie. Minder luxe en verspilling dus, in het besef dat wat we nu ervaren als ‘afzien’ broodnodig is, voor psychisch én fysiek evenwicht. Gewoon omdat de natuur, (dus wij), zo in elkaar zit, dat genieten en niet-genieten onderling naar een zeker evenwicht zoeken. We zijn te verwend, we hebben alles teveel en te vaak, dat is ongezond, en de gevolgen werpen een steeds langere schaduw met het klimmen van de leeftijd. Tijd voor matiging dus.

Anders vermoed ik dat het systeem zelf ingrijpt, zodat diezelfde versobering uiteindelijk door de aarde zal worden afgedwongen. Immers een zieke aarde kan de oorzaak zijn van grote natuurrampen, massale sterfte, armoede en werkloosheid, waarna weer meer nadruk komt te liggen op de primaire levensbehoefte zodat het ecologisch evenwicht uiteindelijk vanzelf weer herstelt.

Het is aan ons of we het uiteindelijk zo ver laten komen, of dat we de angst voor het water dat ons letterlijk aan de lippen staat gebruiken voor de bewustwording van vrouwelijke waarden als acceptatie en overgave. Dan kunnen we toegroeien naar een hernieuwd evenwicht, een proces dat individueel begint, maar op de langere duur kan leiden tot een collectieve balans tussen mens en aarde. En dat leidt tot een economie die gebaseerd is op samenwerking in de breedste zin van het woord, met de natuur en met elkaar. Dat is een vrouwelijke economie, waarin mannelijke waarden als concurrentie (en de individuele verrijking die daar psychologischerwijs het gevolg van is) naar de achtergrond worden gedrongen om het zo broodnodige evenwicht te herstellen.

 

Het zou fijn zijn uw reacties te ontvangen.

 

Threes Brouwers

Januari 2009.

Uit: “De dunne draad”

Jungiaanse psychologie en haar praktische toepassingen in onze tijd.

Uitgave In eigen beheer.   2007